De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen directie aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
het doen van voorstellen aan het Directieteam met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
het bijdragen aan de totstandkoming van producten van de Nederlandse Arbeidsinspectie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g, i en s, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen;
het als lid van de Stuur- en Weegploeg inhoudelijk sturen op de onderzoeken die zijn beschreven in het Handhavingsarrangement dat door de directie samen met het Functioneel Parket van het Openbaar ministerie wordt vastgesteld;
het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
het toewijzen van voldoende capaciteit aan de afdeling om hun taak uit te voeren;
het managen van vakinhoudelijke processen en het actief zoeken van samenwerking en afstemming met overige proceseigenaren;
het zorg dragen voor de borging van afdelingsbrede vakkennis en van kwaliteit en innovatie van werkprocessen;
het bijdragen aan de ontwikkeling van de strategische personeelsplanning en zorg dragen voor de uitvoering daarvan binnen zijn afdeling;
het actief bijdragen aan het platform voor kennisuitwisseling en netwerkbeheer op zijn vakgebied;
de borging van regionale netwerken, voor zover deze directie-overstijgend zijn.
§ 3
Artikel 3
Verantwoordelijkheden afdelingshoofden
Onderdeel van Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Opsporing 2019· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 21 maart 2024