Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.2

Verantwoording

Onderdeel van Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 22 november 2019

1. De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 april een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar. 2. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden. 3. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting. 4. De financiële verantwoording van aanvragers die een subsidie van meer dan € 125.000 per jaar ontvangen, dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening. 5. Voor het bepalen van het toepasselijke verantwoordingsregime geldt als peildatum de datum waarop het besluit op de aanvraag is genomen. 6. Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel