**1.** De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 april een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.
**2.** De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
**3.** De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting.
**4.** De financiële verantwoording van aanvragers die een subsidie van meer dan € 125.000 per jaar ontvangen, dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.
**5.** Voor het bepalen van het toepasselijke verantwoordingsregime geldt als peildatum de datum waarop het besluit op de aanvraag is genomen.
**6.** Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.
Paragraaf 4
Artikel 4.2
Verantwoording
Onderdeel van Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 22 november 2019