**1.** Indien een der Kamers van de Staten-Generaal een bewindspersoon verzoekt om een onderzoek te laten uitvoeren dat niet is opgenomen in het werkprogramma, stelt de bewindspersoon de directeur daarvan in kennis.
**2.** Indien de directeur een verzoek accepteert van een ander dan een bewindspersoon om een onderzoek te laten uitvoeren, stelt hij de Minister van Justitie en Veiligheid daarvan in kennis.
**3.** De directeur accepteert een verzoek als bedoeld in het tweede lid alleen voor zover:
het verzoek niet strijdig is met het algemeen belang;
het verzoek niet afkomstig is van een commerciële organisatie;
het verzoek bijdraagt aan de versterking van de publieke taak van het WODC;
het om inhoudelijke redenen, zoals de beschikbaarheid van deskundigheid en databestanden, voor de hand ligt dat het WODC het verzoek uitvoert;
het WODC met de verzoeker zodanige afspraken maakt, dat de inhoudelijke onafhankelijkheid van het WODC is veiliggesteld; en
openbaarmaking van het resultaat van het geaccepteerde verzoek is gegarandeerd.
**4.** Bij acceptatie van een verzoek als bedoeld in dit artikel houdt de directeur rekening met de beschikbare capaciteit van het WODC.
**5.** De directeur en de Minister van Justitie en Veiligheid stellen een adequate afstemmingsprocedure op inzake het accepteren van verzoeken als bedoeld in dit artikel.
§ 2
Artikel 7
Onderzoek op verzoek van derden
Onderdeel van Regeling wetenschappelijke onafhankelijkheid WODC· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 2019