In deze regeling wordt verstaan onder:
betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft;
commissie: de in artikel 9 ingestelde klachtencommissie;
klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;
klager: de medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie;
Manager Unit P&O/I: Manager Unit Personeel, Organisatie en Innovatie van de directie Bedrijfsvoering van het ministerie;
medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie;
minister: Minister van Algemene Zaken;
ministerie: Ministerie van Algemene Zaken;
ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, die stress teweeg brengen;
secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie;
UBR | Personeel i.o: desbetreffende onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie
Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;
vertrouwenspersoon: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde, als zodanig aangewezen persoon.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen AZ· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020