Wat betreft de Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor statenleden is het een provinciale verordeningsbevoegdheid om te bepalen wanneer de uitbetaling plaatsvindt. Dat kan vooraf of achteraf, per kalenderjaar of van maart tot maart.
Statenleden die op grond van artikel 2.1.11 vanwege een arbeidsongeschiktheidsuitkering een lagere vergoeding voor werkzaamheden ontvangen, hebben recht op het volledige in artikel 2.1.9, eerste lid, genoemde bedrag. In dat lid is namelijk bepaald dat het gaat het om het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, voor één maand.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Het overgangsrecht bepaalt dat de collectieve voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden die in 2018 al was afgesloten, kan blijven bestaan. Echter, deze is zo omschreven dat het een individuele aanspraak is van statenleden die in 2018 in functie waren. Hierdoor zouden statenleden die in functie komen na 2018, zich niet meer kunnen aansluiten bij deze oude voorziening en ontstaat er een sterfhuisconstructie. Dit is niet beoogd. Het doel was te bereiken dat bestaande voorzieningen als zodanig in stand konden blijven zolang de provincie dat wilde of kon; het ging niet om de individuele aanspraak van 2018. Deze bepaling zal daarom in die zin worden aangepast dat collectieve verzekeringen gehandhaafd kunnen blijven, die op grond van artikel 9, eerste lid, van het voormalige Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden als voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden zijn afgesloten.
Dit voornemen moet nog formeel in de regelgeving worden opgenomen. Omdat deze regelgevingsprocedure tijd vergt, zal dit met terugwerkende kracht moeten gebeuren. Vooruitlopend op het formeel van kracht worden hiervan, kunt u, voor zover van toepassing, al uitgaan van dit recht.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
In artikel 2.1.9 is niet zoals bijvoorbeeld in artikel 2.1.10 (over de ziektekostenverzekering) expliciet vermeld dat een statenlid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, het bedrag naar evenredigheid ontvangt van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de betreffende maand. Dit was ook al zo in het vroegere artikel 9 van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden.
Dit onderscheid is bij nader inzien niet logisch en ook niet gewenst. Op dit moment betekent dit dat een provincie, indien Provinciale Staten kiezen voor toepassing van artikel 2.1.9, hetzelfde bedrag per jaar moet toekennen aan een statenlid dat het hele jaar in functie is als een statenlid dat een kortere periode de functie vervult of vervuld heeft.
Het voornemen is om artikel 2.1.9 in die zin aan te passen dat deze wel naar rato wordt toegekend. Omdat deze wijziging een beperking van het huidige recht betekent, kan zij echter niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 17
Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden statenleden
Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor provincies· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 20 december 2019