Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden raadsleden

Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 december 2019

Wat betreft de Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor raadsleden is het een gemeentelijke verordeningsbevoegdheid om te bepalen wanneer de uitbetaling plaatsvindt. Dat kan vooraf of achteraf, per kalenderjaar of van maart tot maart. Raadsleden die op grond van artikel 3.1.11 vanwege een arbeidsongeschiktheidsuitkering een lagere vergoeding voor werkzaamheden ontvangen, hebben recht op het volledige in artikel 3.1.9, eerste lid, genoemde bedrag. In dat lid is namelijk bepaald dat het gaat het om het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, voor één maand. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. Het overgangsrecht bepaalt dat de collectieve voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden die in 2018 al was afgesloten, kan blijven bestaan. Echter, deze is zo omschreven dat het een individuele aanspraak is van raadsleden die in 2018 in functie waren. Hierdoor zouden raadsleden die in functie komen na 2018, zich niet meer kunnen aansluiten bij deze oude voorziening en ontstaat er een sterfhuisconstructie. Dit is niet beoogd. Het doel was te bereiken dat bestaande voorzieningen als zodanig in stand konden blijven zolang de gemeente dat wilde of kon; het ging niet om de individuele aanspraak van 2018. Deze bepaling zal daarom in die zin worden aangepast dat collectieve verzekeringen gehandhaafd kunnen blijven, die op grond van artikel 10, eerste lid, van het voormalige Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden als voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden zijn afgesloten. Dit voornemen moet nog formeel in de regelgeving worden opgenomen. Omdat deze regelgevingsprocedure tijd vergt, zal dit met terugwerkende kracht moeten gebeuren. Vooruitlopend op het formeel van kracht worden hiervan, kunt u, voor zover van toepassing, al uitgaan van dit recht. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. Een ander punt is dat alsnog terugwerkende kracht tot en met 29 maart 2018 is verleend aan artikel 3.1.9 van het rechtspositiebesluit. Dit artikel maakt het mogelijk dat de gemeenteraad bij verordening bepaalt dat de raadsleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden, waarmee zij zelf een verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden kunnen treffen. Sommige gemeenteraden wilden deze voorziening treffen voor de raadsleden vanaf de start van de raadsperiode in maart 2018. Aanvankelijk was aan artikel 3.1.9 echter geen terugwerkende kracht verleend en gold de bepaling dus vanaf 1 januari 2019. In de circulaire van 28 november 2018 is uitgelegd dat die grondslag zou moeten zijn opgenomen in een verordening die moest zijn vastgesteld tussen 1 januari 2019 en 29 maart 2019 als gemeenten in dit kader aan raadsleden een bedrag toe wilden kennen voor hun eerste jaar als raadslid. Dit bleek in de praktijk een erg korte tijdspanne. Nu alsnog terugwerkende kracht tot en met 29 maart 2018 aan artikel 3.1.9 is verleend, is het mogelijk de voorziening ook na 29 maart 2019 bij verordening in te voeren met terugwerkende kracht tot het begin van de zittingsperiode van de raad. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. In artikel 3.1.9 is niet zoals bijvoorbeeld in artikel 3.1.10 (over de ziektekostenverzekering) expliciet vermeld dat een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, het bedrag naar evenredigheid ontvangt van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de betreffende maand. Dit was ook al zo in het vroegere artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Dit onderscheid is bij nader inzien niet logisch en ook niet gewenst. Op dit moment betekent dit dat een gemeente, indien de raad kiest voor toepassing van artikel 3.1.9, hetzelfde bedrag per jaar moet toekennen aan een raadslid dat het hele jaar in functie is als een raadslid dat een kortere periode de functie vervult of vervuld heeft. Het voornemen is om artikel 3.1.9 in die zin aan te passen dat deze wel naar rato wordt toegekend. Omdat deze wijziging een beperking van het huidige recht betekent, kan zij echter niet met terugwerkende kracht worden toegepast. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel