**1.** De voordelen in de vorm van renten zijn de vergoedingen van welke aard dan ook – kosten daaronder begrepen – uit hoofde van geldleningen verschuldigd door:
een in Nederland gevestigde aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige; of
een niet in Nederland gevestigde aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige voor zover de met die vergoedingen corresponderende lasten worden toegerekend aan een vaste inrichting in Nederland.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een geldlening verstaan: een schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vaste inrichting mede verstaan: onroerende zaken, rechten, schuldvorderingen en werkzaamheden als bedoeld in artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Heffingsgrondslag renten
Onderdeel van Wet bronbelasting 2021· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022