Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 2.1a

Artikel 2:5a

Artikel 2:5a

Onderdeel van Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen· Procesrecht

1. Onze Minister kan in uitzonderlijke gevallen, waarin niet kan worden volstaan met een vorm van verlof, op verzoek van de veroordeelde, de jeugdige of het openbaar ministerie of ambtshalve strafonderbreking voor bepaalde tijd verlenen. 2. Strafonderbreking op verzoek van de veroordeelde of de jeugdige kan worden verleend wegens uitzonderlijke omstandigheden in de persoonlijke sfeer van de veroordeelde of de jeugdige: voor de verzorging van een ernstig ziek kind of ernstig zieke levensgezel of ouder van de veroordeelde of jeugdige of voor de verzorging van een ernstig zieke andere relatie van de jeugdige; voor het bijwonen van de bevalling van de levensgezel; voor een bezoek aan een in levensgevaar of ernstige psychische nood verkerende levensgezel, kind, ouder, broer, zus, grootouder of schoonouder van de veroordeelde of jeugdige of voor het brengen van een bezoek aan een in levensgevaar of ernstige psychische nood verkerende van een andere relatie van de jeugdige; voor een bezoek in verband met het overlijden van de levensgezel of van een kind, ouder, broer, zus, grootouder of schoonouder van de veroordeelde of van de jeugdige of in verband met het overlijden van een andere relatie van de jeugdige. Het bezoek kan bestaan uit het bijwonen van de uitvaart, een rouwbezoek, dan wel een bezoek aan graf of columbarium; voor een bezoek in verband met het niet in staat zijn om naar de inrichting te reizen van een relatie van de jeugdige; wegens dringende redenen van lichamelijke of psychische aard bij de veroordeelde of de jeugdige, die naar het oordeel van de inrichtingsarts in de weg staan aan voortzetting van de detentie of jeugddetentie; eenmalig wegens dringende omstandigheden van zakelijke aard, indien de veroordeelde of jeugdige aantoont dat de zakelijke belangen al bestonden voor de aanvang van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf en dat persoonlijke aanwezigheid bij de behartiging ervan noodzakelijk is; wegens andere onvoorziene klemmende redenen gelegen in de persoonlijke sfeer, waarbij de aanwezigheid van de veroordeelde of de jeugdige noodzakelijk is. 3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, kan strafonderbreking slechts worden verleend indien de betreffende toestand of gebeurtenis door een arts respectievelijk een ambtenaar van de burgerlijke stand is bevestigd en is aangetoond dat: de band tussen de veroordeelde of de jeugdige en de te bezoeken of overleden persoon hecht is of was, en de te bezoeken persoon respectievelijk de nabestaanden van die persoon geen bezwaar heeft of hebben tegen het bezoek van de veroordeelde of de jeugdige. 4. Strafonderbreking voor bepaalde tijd wordt niet verleend op verzoek van: een vreemdeling die ongewenst is verklaard of ten aanzien van wie een inreisverbod is uitgevaardigd dan wel ten aanzien van wie een procedure tot ongewenstverklaring of uitvaardiging van een inreisverbod loopt, tenzij aan het besluit tot ongewenstverklaring of uitvaardiging van een inreisverbod schorsende werking is verleend, en een vreemdeling van wie vaststaat dat deze na het ondergaan van de straf zal worden uitgezet.

Rechtspraak bij dit artikel