Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vijf voorwaarden

Onderdeel van ACM Beleidsregel over afspraken in het kader van de beweging ‘De juiste zorg op de juiste plek’· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020

De ACM ziet af van het gebruik maken van haar boetebevoegdheid, indien marktpartijen bij het maken van JZOJP-afspraken aan elk van de volgende vijf voorwaarden voldoen: de afspraken zijn gebaseerd op een feitelijk en openbaar regiobeeld; zorgaanbieders, zorginkopers en patiënten(vertegenwoordigers) zijn volwaardig betrokken; de doelstellingen zijn concreet, meetbaar, toetsbaar en beschreven in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg; onderbouwd is dat de afspraken niet verder gaan dan noodzakelijk voor het bereiken van die doelstellingen; de doelstellingen, de afspraken en de onderbouwing van de noodzakelijkheid daarvan worden openbaar gemaakt. Als marktpartijen met bepaalde JZOJP-afspraken mogelijk in strijd handelen met de mededingingsregels maar voldoen aan de voorwaarden van deze beleidsregel, zal de ACM hiernaar geen onderzoek gericht op het opleggen van een boete starten. De ACM wil met deze beleidsregel voorkomen dat marktpartijen van JZOJP-initiatieven afzien vanwege onzekerheid over het toezicht van de ACM. Deze beleidsregel bindt de ACM uitsluitend in gevallen waarin JZOJP-afspraken tussen marktpartijen voldoen aan alle hiervoor genoemde voorwaarden. Hieronder worden de genoemde voorwaarden nader toegelicht. Marktpartijen dienen hun JZOJP-afspraken te baseren op een feitelijk regiobeeld en dienen de relatie te beschrijven tussen dat regiobeeld en hun JZOJP-afspraak. Met andere woorden: marktpartijen moeten vastleggen hoe hun JZOJP-afspraken oplossingen bieden in het licht van een of meerdere uitdagingen die zij vinden blijken uit het feitelijke regiobeeld waarop zij hun afspraken baseren. In het rapport van de Taskforce JZOJP, de bestuurlijke hoofdlijnenakkoorden en in verschillende initiatieven van het Ministerie van VWS wordt het vaststellen van een feitelijk beeld over wat nodig is in een bepaalde regio, gemeente of wijk als uitgangspunt voor JZOJP genomen.10Zie bijvoorbeeld het bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022, d.d. 4 juni 2018: “Tussen het bestuurlijke commitment op nationaal niveau en het in de praktijk waarmaken van de juiste zorg op de juiste plek, is het nodig dat partijen een feitelijk beeld maken van de sociale en gezondheidssituatie en opgave in een regio, gemeente of wijk.” De ACM sluit met deze voorwaarde in de beleidsregel aan bij de afspraken die marktpartijen in de zorg zelf gemaakt hebben in de bestuurlijke hoofdlijnenakkoorden. Conform die afspraken dient een regiobeeld een feitelijke weergave te geven van de sociale en de gezondheidssituatie van de desbetreffende regio en van de opgave waar die regio voor staat. De ACM bepaalt niet hoe groot een regio moet zijn en evenmin hoe omvattend een op te stellen beeld moet zijn. In de bestuurlijke akkoorden is afgesproken dat wanneer een feitelijk regiobeeld niet tot stand komt “de inkopers (zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten) het initiatief zullen nemen tot het opstellen hiervan en samen met zorgaanbieders, professionals en patiëntenorganisaties er voor zullen zorgen dat dit alsnog gebeurt”. Hieruit leidt de ACM af dat een brede samenstelling van organisaties bij het opstellen van een regiobeeld gewenst is. De ACM kan zich voorstellen dat het initiatief tot het opstellen van een regiobeeld bij een aantal marktpartijen begint. Dit hoeft wat de ACM betreft niet de zorginkoper te zijn. Marktpartijen kunnen ten behoeve van het opstellen van een feitelijk regiobeeld daartoe noodzakelijke informatie met elkaar uitwisselen. Indien het hierbij gaat om de uitwisseling van bedrijfsvertrouwelijke gegevens die een impact kunnen hebben op de onderlinge concurrentie dienen zij vast te leggen waarom deze uitwisseling van informatie noodzakelijk is voor het kunnen opstellen van een feitelijk regiobeeld. De ACM acht op voorhand het uitwisselen van huidige en toekomstige tarieven daarvoor niet noodzakelijk. De ACM laat het aan de betrokken marktpartijen om, afhankelijk van de inhoud van de JZOJP-afspraken, te bepalen met welke marktpartijen het nodig is om afspraken te maken. Zorgaanbieders, zorginkopers en patiënten(vertegenwoordigers) worden als direct betrokkenen geraakt bij afspraken in kader van de JZOJP-beweging en kunnen uiteenlopende belangen hebben. Volwaardige betrokkenheid van elk van deze groepen dient ertoe dat de marktpartijen bij het maken van de afspraken rekening houden met de verschillende invalshoeken en belangen. Dat vergroot de kans dat hun JZOJP-afspraken de publieke belangen in de zorg zullen dienen. Met volwaardige betrokkenheid bedoelt de ACM dat zorgaanbieders, zorginkoper(s) en patiënten(vertegenwoordigers) vanaf een vroeg stadium inhoudelijk betrokken zijn bij de totstandkoming en bespreking van de verschillende plannen, voorstellen, scenario’s en de uiteindelijke afspraken. Daarbij leggen de marktpartijen die de afspraak maken de inbreng van de verschillende stakeholders vast. Indien marktpartijen besluiten bepaalde inbreng niet mee te nemen bij het maken van een JZOJP-afspraak of wanneer de gemaakte afspraken afwijken van de inbreng van een of meer betrokken stakeholders, dan leggen de marktpartijen dat vast en onderbouwen zij hun afweging daartoe. Zij communiceren dit aan de betrokken stakeholder(s). Het uitsluitend goedkeuren van een JZOJP-afspraak zonder aantoonbaar inhoudelijke betrokkenheid van elk van de drie type partijen, is onvoldoende om te kunnen spreken van volwaardige betrokkenheid. Marktpartijen kunnen naar eigen inzicht bepalen welke patiënten(vertegenwoordigers) betrokken worden. Maar die betrokkenheid moet wel het instellingsbelang overstijgen en een regionale kijk op het patiëntenbelang waarborgen. Er kan niet worden volstaan met het uitsluitend betrekken van de cliëntenraden van de betrokken zorgaanbieders. Afhankelijk van de aard en de inhoud van de JZOJP-afspraken kunnen bijvoorbeeld ook ouderenbonden, patiëntenverenigingen, bewonersorganisaties en -collectieven (bijvoorbeeld zorgcoöperaties, wijk- en buurtcoöperaties) en/of individuele patiënten worden betrokken. Doelgroepen die redelijkerwijs belang kunnen hebben bij de JZOJP-afspraken, én doelgroepen met aantoonbaar belang die zelf bij marktpartijen aangeven betrokken te willen zijn, worden daartoe door marktpartijen uitgenodigd respectievelijk in de gelegenheid gesteld. De ACM vindt het belangrijk dat JZOJP-afspraken de zorg daadwerkelijk beter maken gelet op de publieke belangen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Marktpartijen dienen daarom te beschrijven welke concrete voordelen met de desbetreffende JZOJP-afspraak worden beoogd en/of welke problemen ermee worden voorkomen. De beschrijving wordt zodanig vormgegeven dat de doelstellingen meetbaar en achteraf toetsbaar zijn, zowel voor de betrokken marktpartijen als relevante stakeholders. Dat kan op basis van externe rapporten, maar dat hoeft niet. Waar het om gaat is dat marktpartijen inzichtelijk maken wat zij concreet met de samenwerking willen bereiken. Marktpartijen kunnen ten behoeve van het opstellen van de doelstellingen informatie met elkaar uitwisselen. Indien het hierbij gaat om de uitwisseling van bedrijfsvertrouwelijke gegevens die een impact kunnen hebben op de onderlinge concurrentie, dienen zij te beschrijven waarom deze uitwisseling van informatie noodzakelijk is. De ACM acht op voorhand het uitwisselen van huidige en toekomstige tarieven daarvoor niet noodzakelijk. JZOJP-afspraken die de concurrentie beperken mogen deze niet verder beperken dan nodig voor het bereiken van de doelstellingen. Om aan deze voorwaarde van de beleidsregel te voldoen dienen marktpartijen te onderbouwen waarom zij van oordeel zijn dat de JZOJP-afspraken, voor zo ver deze de concurrentie beperken, noodzakelijk zijn voor die doelstellingen en dus niet zonder die afspraken of met minder beperkende afspraken gerealiseerd kunnen worden. Uitgangspunt van de Mededingingswet is dat (samenwerkings)afspraken niet mogen zien op het beperken, verhinderen of anderszins bemoeilijken van toetreding en/of uitbreiding van activiteiten op de markt. De ACM wil voorkomen dat door JZOJP-samenwerkingsafspraken actuele of potentiële concurrenten blijvend op achterstand worden gezet met als mogelijk gevolg negatieve effecten voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. De ACM begrijpt dat het bij sommige JZOJP-afspraken nodig kan zijn dat een bepaalde aanbieder gedurende een bepaalde periode de zekerheid heeft van een bepaald gecontracteerd volume. Dat kan nodig zijn om rendabel een beoogde afbouw te kunnen realiseren of rendabel te kunnen investeren in geval van uitbreiding van het aanbod. Afhankelijk van de omvang van de beoogde afbouw en/of de hoogte van de benodigde investeringen, kunnen marktpartijen een periode afspreken die daarvoor proportioneel is. De ACM gaat er van uit dat het in de regel niet nodig is dat deze periode langer duurt dan drie jaar. Deze beperking tot maximaal drie jaar ziet expliciet op specifieke afspraken die toetreding en/of uitbreiding van activiteiten op de markt beperken, verhinderen of anderszins bemoeilijken en geldt niet voor afspraken in het kader van JZOJP in het algemeen. De ACM beoogt met deze voorwaarde dat over de gemaakte JZOJP-afspraken publiekelijk verantwoording afgelegd wordt: welke afspraken worden gemaakt, waarom is dat goed in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg en waarom zijn de afspraken daarvoor nodig? Door openbaarmaking maken marktpartijen publiekelijk inzichtelijk op basis van welke overwegingen en onderbouwingen de JZOJP-afspraken zijn gemaakt en welke meetbare doelstellingen daarbij horen. De doelstellingen, de afspraken en de onderbouwing van de noodzakelijkheid daarvan dienen openbaar gemaakt te worden op de website van de betrokken marktpartijen. De ACM gaat er daarbij van uit dat marktpartijen de verantwoording zo vormgeven dat zij, zodra dat mogelijk is, ook inzicht geven in de mate waarin en de wijze waarop de doelstellingen zijn gerealiseerd. Daarmee biedt het openbaar maken ook mogelijkheden tot het delen van best practices.

Rechtspraak bij dit artikel