**1.** Het diensthoofd is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze medewerkers, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.
**2.** Het diensthoofd kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende medewerker of in bijzondere gevallen aan een andere medewerker.
**3.** Het verlenen van ondermandaat door het diensthoofd voor het aangaan van financiële materiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan de in bijlage 1 van dit besluit genoemde, onder hem ressorterende medewerkers, met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per financiële materiële verplichting.
§ 4.1
Artikel 14
Ondermandaat diensthoofden
Onderdeel van Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020