Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Doorverlenen ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging

Onderdeel van Besluit doorverlening mandaat, volmacht en machtiging directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2020· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020

1. De aan de directeur-generaal krachtens ondermandaat toegekende bevoegdheden, als omschreven in de artikelen 10, 11 en 14 van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020, kunnen krachtens het hierbij verleende ondermandaat worden uitgeoefend door: de plaatsvervangend directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst; de directeur Rijksvoorlichtingsdienst. 2. De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik: bij afwezigheid van de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst; in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst aan hem zijn toevertrouwd. 3. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden gebruik: bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal; in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.

Rechtspraak bij dit artikel