Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Beoordeling verzekerde jaren AOV op grond van ingezetenschap

Onderdeel van Beleidsregel RCN-unit SZW toepassing AOV en AWW BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2020

1. De RCN-unit SZW stelt bij de beoordeling van het recht op en de hoogte van de uitkering ingevolge de Wet algemene ouderdomsverzekering BES de tijdvakken vast waarin belanghebbende uit hoofde van ingezetenschap geacht wordt verzekerd te zijn geweest. Dit overeenkomstig de gegevens zoals die zijn opgenomen in de bevolkingsadministratie (PIVA). 2. De RCN-unit SZW stelt belanghebbende op diens verzoek in de gelegenheid om ingezetenschap van Bonaire, Sint Eustatius of Saba in afwijking van de gegevens uit PIVA aan te tonen aan de hand van ander bewijsmateriaal. 3. Bewijsstukken die een rol kunnen spelen bij de beoordeling als bedoeld in het tweede lid kunnen bijvoorbeeld zijn: gegevens betreffende door belanghebbende betaalde belasting; een of meer salarisslips of jaaropgaven; een arbeidsovereenkomst; huurovereenkomst of afschrijving hypotheek ten behoeve van woning; facturen water en energie ten name van belanghebbende; bewijs van lidmaatschap van vereniging op sociaal of sportief vlak; gegevens waaruit blijkt dat een kind van belanghebbende schoolgaand is geweest, zoals een rapport; bewijsstukken van ingezetenschap van de partner van belanghebbende; verklaring openbaar lichaam, mits (mede) ondertekend door de gezaghebber. 4. De RCN-unit SZW beslist, alle beschikbare informatie wegende, of een door belanghebbende aangedragen bewijsstuk als zodanig in redelijkheid kan worden aanvaard. [Artikel 7a, zevende lid, aanhef en onder a, en artikel 8, eerste lid, Wet algemene ouderdomsverzekering BES]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel