Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.6

(overgangsrecht inrichting gebieden)

Onderdeel van Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied geldt voor de onderdelen waartegen beroep openstaat als inrichtingsbesluit als bedoeld in artikel 12.7 van de Omgevingswet en voor de overige onderdelen als een inrichtingsprogramma als bedoeld in artikel 3.14a van de Omgevingswet. 2. Een ruilplan als bedoeld in artikel 47 van de Wet inrichting landelijk gebied geldt als ruilbesluit als bedoeld in artikel 12.22 van de Omgevingswet. 3. Een lijst der geldelijke regelingen als bedoeld in artikel 47 van de Wet inrichting landelijk gebied geldt als een besluit geldelijke regelingen als bedoeld in artikel 12.36 van de Omgevingswet. 4. In afwijking van het eerste lid vervalt een inrichtingsplan voor zover dat voorziet in de toewijzing en regeling van het beheer en onderhoud van waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken, bedoeld in artikel 28, onder b, van de Wet inrichting landelijk gebied, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel