**1.** Onverminderd artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht legt het college in de beschikking waarmee de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt toegekend in ieder geval vast:
de verplichting tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
dat het bedrag van de lening terstond kan worden opgeëist:
indien de zelfstandige de betalingsverplichting niet nakomt;
op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;
ingeval van surseance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon.
**2.** De verplichting tot betaling van rente en aflossing vangt aan op 1 januari 2021. Voor leningen verstrekt op of na 1 januari 2021 vangt de verplichting tot betaling van rente en aflossing direct aan na het moment waarop de lening is verstrekt.
**3.** Het college kan aan het verlenen van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal verplichtingen verbinden die zijn gericht op het verkrijgen van meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
**2.** De verplichting tot betaling van rente en aflossing vangt aan op 1 juli 2021. In het tijdvak van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 wordt geen rente opgebouwd.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Verplichtingen verbonden aan de lening
Onderdeel van Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020