Een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a van de Wet ruimtelijke ordening van bij de verordening, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van die wet gestelde regels die door gedeputeerde staten is verleend, geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 2.32, eerste lid, van de Omgevingswet, voor zover de inhoud van die regels is overgenomen in de omgevingsverordening, bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet, en van die regels in de omgevingsverordening met toepassing van artikel 2.32, vierde lid, van de Omgevingswet ontheffing kan worden verleend.