Een ontheffing als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening van de bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van die wet, gestelde regels die door Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of door Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, is verleend, geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 2.32, tweede lid, van de Omgevingswet, voor zover de inhoud van die regels is overgenomen in de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.24 van de Omgevingswet en van die regels in het omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, of in de omgevingsverordening, bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet, ontheffing kan worden verleend.