Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Beleidsregel handhaving verordening (EG) nr. 261/2004 en verordening (EG) nr. 1107/2006 inzake passagiersrechten luchtvaart· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 2020

1. Indien een inspecteur heeft geconstateerd dat een luchtvaartmaatschappij de compensatieplicht overtreedt bij een instapweigering kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de desbetreffende luchtvaartmaatschappij een bestuurlijke boete opleggen, zoals omschreven in de boetecatalogus in de bijlage bij deze beleidsregel onder nummer DBC 7.1.1. 2. Onder ‘onmiddellijk’ wordt verstaan: binnen 1 uur nadat de passagier het instappen is geweigerd. Als dit niet vast te stellen is dan wordt onder ‘onmiddellijk’ verstaan: binnen 1 uur na vertrek van de vlucht waarvoor de passagier het instappen is geweigerd. 3. Compensatie mag in de vorm van een directe storting op de bankrekening of creditcardrekening van de passagier, het uitreiken van een creditcard met tegoed, in contanten of na voorafgaande goedkeuring van de passagier in de vorm van een tegoedbon met een waarde van minstens de van toepassing zijnde compensatiebedragen.

Rechtspraak bij dit artikel