In deze regeling wordt verstaan onder:
de minister: de Minister van Justitie en Veiligheid;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag voor een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
C2000: het radiocommunicatienetwerk ten behoeve van de organisaties met een wettelijke taak op het terrein van openbare orde, veiligheid en hulpverlening;
C2000-dienstverlening: het samenstel van functies, waaronder spraak en data, dat via het C2000-netwerk wordt aangeboden en afgewikkeld;
aangewezen gebruiker C2000: een organisatie die een wettelijke taak heeft op het terrein van openbare orde, veiligheid en hulpverlening en ten behoeve van haar operationele processen gebruik maakt van C2000;
radiodekkingslocatie: bouwwerk waarin na toestemming van de minister radiodekking wordt gecreëerd om binnen dat bouwwerk communicatie via het C2000-netwerk mogelijk te maken;
voorziening: een radiotechnische installatie die de radiodekking in een bouwwerk verzorgt om C2000-communicatie binnen dat bouwwerk mogelijk te maken;
koppelvlak: component van het C2000-netwerk waarop een voorziening, onder gedefinieerde voorwaarden, ingekoppeld kan worden;
inkoppelen: het daadwerkelijk verbinden van een voorziening in een bouwwerk met het C2000-koppelvlak, via een vaste verbinding of door de lucht.
veiligheidsregio: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s;
Artikel 1
Begrippen
Onderdeel van Regeling radiodekking C2000 in bouwwerken· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2020