Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden

Onderdeel van Compensatieregeling Coronacrisis Musea 40.000–100.000· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2020

1. Voor subsidie komen uitsluitend musea in aanmerking die liquiditeitsproblemen hebben of verwachten te krijgen als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19; voor zover mogelijk, gebruik hebben gemaakt van eigen reserves, de generieke compensatiemaatregelen van de rijksoverheid alsmede van door andere overheden getroffen coulancemaatregelen. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voorzover de door de instelling verworven eigen inkomsten over het jaar 2018, blijkend uit de goedgekeurde jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling; en de publieksactiviteiten van de instelling in 2020 zijn of naar verwachting zullen worden belemmerd als gevolg van COVID-19-maatregelen. 3. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in tweede lid onderdeel a niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is. 4. Het Mondriaan Fonds kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden. 5. Geen subsidie wordt verstrekt aan aanvragers aan wie reeds een bijdrage door het Mondriaan Fonds is toegekend op grond van de Compensatieregeling Coronacrisis Musea meer dan 100.000 bezoekers van het Mondriaan Fonds. 6. Geen subsidie wordt verstrekt aan aanvragers aan wie reeds eerder een bijdrage is toegekend door de minister van OCW op basis van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19.

Rechtspraak bij dit artikel