Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Afbakening

Onderdeel van Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2020

Deze circulaire heeft betrekking op lithium-ion energiedragers. De term lithium-ion energiedrager wordt gehanteerd omdat deze zowel afzonderlijke cellen als batterijen omvat. Ook waar in deze circulaire kortheidshalve ‘energiedragers’ wordt genoemd, wordt gedoeld op lithium-ion energiedragers. In deze circulaire geldt, voor het onderscheid cel of batterij, dat de lithium-ion cel de enkele electro-chemische component is waarin de elektriciteit wordt opgeslagen. Indien een of meer cellen zijn voorzien van een zogeheten BatteryManagementSystem (BMS) is sprake van een batterij4In de praktijk worden ook wel andere indelingen gehanteerd, bijvoorbeeld dat een aantal cellen bij elkaar als batterij wordt aangeduid. Deze circulaire is evenwel consequent in het hanteren van de begrippen zoals deze hier worden aangeduid.. Onder lithium-ion energiedragers worden ook begrepen de lithium-ion polymeer energiedragers. Dit is analoog aan de benaming in de vervoersregelgeving voor gevaarlijke stoffen (zie bijlage, paragraaf B3.6). Deze circulaire heeft betrekking op de opslag van lithium-ion energiedragers en op het gebruik van EOS ’en. Als verdere indicatie voor de reikwijdte van deze circulaire gelden de hoeveelheidsgrenzen die genoemd zijn in de volgende paragrafen en zijn samengevat in tabel 1 in paragraaf 5.3. Voor bestaande situaties wordt geadviseerd de inhoud van de circulaire toe te passen, maar bij de bepaling van het tempo voor de doorvoering van maatregelen wel de haalbaarheid en betaalbaarheid expliciet te toetsen en daarbij oog te hebben voor gedane investeringen. De reikwijdte van de circulaire is niet heel scherp aan te geven. Naar aanleiding van een aantal vragen over de afbakening, wordt op de site van RWS/Infomil een rubriek met veel gestelde vragen en antwoorden ingericht. Daarmee kan voor een aantal gevallen een duiding worden gegeven die in het kader van de tekst van deze circulaire te ver voert. Zoals aangegeven in paragraaf 1.2 dient deze circulaire mede als instrumentenkist ten behoeve van het bereiken van een adequaat veiligheidsniveau bij het omgaan met lithium-ion energiedragers. Bij grensgevallen of onduidelijkheid over de vraag of de circulaire wel of niet van toepassing is, is het zoals gezegd van belang om te handelen in de geest van de circulaire. Als de circulaire bijvoorbeeld strikt genomen niet van toepassing is, maar de risico’s vergelijkbaar zijn aan die van situaties waar de circulaire wel over gaat, kan dat aanleiding zijn om toch maatregelen te treffen. Bij de opslag van energiedragers gaat het om cellen of batterijen die buiten de gebruiksfase verkeren. Buiten de reikwijdte van de circulaire vallen daarmee de energiedragers die gemonteerd zijn in in het gebruikstadium verkerende elektronica, gereedschap, of vervoermiddelen, zoals in gebruik zijnde scootmobielen, fietsen of auto’s. Bedrijfsmatig of particulier gebruik van bijvoorbeeld voertuigen, scooters of fietsen of gereedschap met lithium-ion energiedragers valt buiten de reikwijdte van de circulaire. Het gaat daarbij om regulier eigen gebruik, door de eigenaar zelf of werknemers. Ook buiten de reikwijdte vallen energiedragers in parkeerplaatsen, parkeergarages en fietsenstallingen of een of enkele reserve-energiedragers, die bedoeld zijn voor directe montage in een apparaat (denk aan een reserve-energiedrager voor een stuk gereedschap). Deze circulaire heeft wel betrekking op opgeslagen lithium-ion energiedragers als deze in apparaten zijn gemonteerd, voor zover deze apparaten niet in de gebruiksfase zitten. Opgeslagen, al dan niet in apparaten gemonteerde tweedehands energiedragers, in afwachting van verkoop, worden niet gezien als in de gebruiksfase verkerend en vallen ook onder de reikwijdte van de circulaire. Voor zover het gaat om grensgevallen, zoals opslag bij een bedrijf in afwachting van of na afloop van verhuur of opslag voor periodieke toepassing (bouwmaterieel) kan de circulaire dienen als informatief document ten behoeve van de verhoging van de veiligheid. In deze circulaire worden voor intacte energiedragers ondergrenzen aangehouden om de reikwijdte te bepalen. Daarbij wordt voor de opslag van energiedragers onderscheid gemaakt tussen enerzijds intacte cellen met een capaciteit per cel tot en met 20 Wh of intacte batterijen met een capaciteit per batterij tot en met 100 Wh en anderzijds intacte energiedragers met een grotere capaciteit. Voor de eerstgenoemde categorie is de circulaire van toepassing bij een hoeveelheid van 1.000 kg of meer per brandcompartiment of andere opslagvoorziening. Voor de grotere energiedragers is de circulaire van toepassing als er per brandcompartiment of andere opslagvoorziening 333 kg of meer wordt opgeslagen. De gewichten gelden inclusief de omhulling van de energiedrager, maar exclusief de (transport)verpakking. Zoals aangegeven valt ook de opslag van apparaten met daarin gemonteerde energiedragers onder de werkingssfeer van de circulaire. Hierbij worden dezelfde grenzen voor hoeveelheden aangehouden als voor losse energiedragers, waarbij wederom wordt uitgegaan van het gewicht van de energiedrager, inclusief een eventuele eigen omhulling van het pakket, maar exclusief het apparaat waarin deze is bevestigd. Verkoopruimten (winkels, ‘showrooms’) tot 10.000 kg vallen weliswaar onder de werkingssfeer van de circulaire, maar hiervoor geldt een beperkt aantal maatregelen (zie de paragrafen 5.3 en 7.1.2). Energiedragers die niet in apparaten zijn gemonteerd en in een verkoopruimte worden opgeslagen vallen weer wel onder de werkingssfeer van deze circulaire, voor zover de eerdergenoemde hoeveelheidsgrenzen worden bereikt. Dagelijkse werkvoorraden worden uitgezonderd van de werkingssfeer van de circulaire. Hierop wordt in paragraaf 7.1.1 nader ingegaan. Voor niet-intacte energiedragers geldt geen ondergrens, omdat de risico’s die verbonden zijn aan deze energiedragers hoger ingeschat worden dan voor intacte energiedragers. Voor de EOS’en geldt voor de reikwijdte van deze circulaire een capaciteit van 100 kWh als ondergrens. Deze grens betekent niet dat het gebruik van een EOS onder deze capaciteit zonder een enkel risico is. Ook vanaf 25 kWh, of zelfs daaronder, kunnen er wel degelijk lastig te bestrijden incidenten optreden. Met name daar waar een EOS wordt toegepast in een kwetsbare omgeving wordt daarom geadviseerd oog te hebben voor de adviezen in deze circulaire. De reden dat er niet zonder meer voor bijvoorbeeld 25 kWh als ondergrens wordt gekozen is dat er in het kader van de PGS-37 nog discussie is op dit punt en dat een lage grens mogelijk betekent dat meer gevallen onder de werkingssfeer van de circulaire gaan vallen dan straks onder de PGS-37. In voertuigen gemonteerde energiedragers die een onderdeel vormen van een zogeheten smart-grid, vallen niet onder de werkingssfeer van de circulaire. Dit soort ontwikkelingen vindt veelal nog op experimentele basis plaats en er zou verwarring kunnen ontstaan met voertuigveiligheidsvereisten. Dat maakt dat een EOS-achtige toepassing waar gebruik wordt gemaakt van in voertuigen gemonteerde lithium-ion energiedragers generiek buiten de werkingssfeer van deze circulaire valt. Het bevoegd gezag zal bij de beoordeling daarvan maatwerk moeten verrichten. Zodra uit voertuigen gedemonteerde energiedragers uitsluitend als EOS worden gebruikt, vallen deze weer wel onder de werkingssfeer van deze circulaire bij het bereiken van de hoeveelheidsgrenzen. Door de afbakening zoals aangegeven in de paragrafen 5.1 en 5.2 heeft deze circulaire doorgaans geen betrekking op de toepassing van energiedragers op het niveau van een of enkele huishoudens, of een of enkele energiedragers in apparaten die in gebruik zijn. Deze toepassingen zijn meer het domein van de productregelgeving of bijvoorbeeld de voertuigveiligheidseisen. Ook mobiele EOS’en, die bijvoorbeeld ingezet worden bij evenementen of ingezet worden op bouwplaatsen, vallen onder de reikwijdte van deze circulaire. Dit neemt niet weg dat het bevoegd gezag ook bij kleinere capaciteiten maatregelen voor kan schrijven of met een initiatiefnemer in gesprek kan gaan over maatregelen. De hier aangegeven reikwijdte van de circulaire neemt ook niet weg dat bestaande regelgeving zich kan uitstrekken tot kleinere hoeveelheden dan hier aangeduid. Daarbij kan gedacht worden aan de vervoersregelgeving en product(veiligheids)regelgeving. In de hierna volgende tabel 1 is de afbakening schematisch weergegeven. Celcapaciteit Intacte energiedragers per brandcompartiment of andere opslagfaciliteit (gewicht incl. omhulling en excl. verpakking of apparaat) Binnen bereik circulaire? Opslag cellen of batterijen ≤ 20 Wh ≤ 1.000 kg Nee > 1.000 kg Ja ≥ 20 Wh ≤ 333 kg Nee >333 kg Ja Batterijcapaciteit ≤ 100 Wh ≤ 1.000 kg Nee > 1.000 kg Ja ≥ 100 Wh ≤ 333 kg Nee > 333 kg Ja uitzonderingen Verkoopruimten/showrooms/ Winkels (zonder de opslag van losse energiedragers) ≤ 333 kg nee ≤ 333 kg en ≤ 5.000 kg Nee, muv good housekeeping > 5.000 kg en < 10.000 kg Nee, muv good housekeeping en brandmelding met PAC > 10.000 kg Ja Dagelijkse werkvoorraad nee Alle capaciteiten Niet-intacte enegiedragers Ja EOS EOS capaciteit < 100 kWh Nee ≥ 100 kWh Ja, bij meer dan een huishouden Specifieke uitzondering EOS in voertuigen (smart-grid toepassing) Nee

Rechtspraak bij dit artikel