Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitsluitend FATCA-specifieke onderwerpen

Onderdeel van Leidraad FATCA/CRS met technische toelichting bij de NL IGA en de CRS-regelgeving· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 3 juli 2020

In de Final Regulations wordt een entiteit die een holdingmaatschappij of een treasury center is, aangemerkt als een FI, mits deze deel uitmaakt van dezelfde uitgebreide groep van verbonden ondernemingen (‘Expanded Affiliated Group’) waartoe ten minste één FI behoort, of gevormd wordt dan wel gebruikt wordt door bepaalde beleggingsvehikels (§1.1471-5(e)(1)(v) Final Regulations). Voor de toepassing van de NL IGA kwalificeert een dergelijke holdingmaatschappij of een dergelijk treasury center zich echter in beginsel als een actieve NFFE als aan de daar genoemde vereisten is voldaan (onderdelen VI.B.4.e en h van Bijlage I NL IGA). Als dat niet het geval is, kwalificeert een dergelijke holdingmaatschappij of een dergelijk treasury center als een passieve NFFE. Elke holdingmaatschappij en elk treasury center kan de definitie van FI uit de Final Regulations hanteren om zo te opteren voor de status van FI in plaats van actieve of passieve NFFE, ondanks het feit dat die holdingmaatschappij of dat treasury center geen FI is volgens de NL IGA. Het gevolg van de keuze voor toepassing van de Final Regulations is dat zo’n holdingmaatschappij of treasury center zich moet registreren bij de ‘IRS registration portal’ en de relevante gegevens moet rapporteren aan de Belastingdienst. Voor de CRS zullen deze entiteiten altijd een actieve of passieve NFE zijn, maar nooit een FI. (Artikel 1, eerste lid, onderdeel g, NL IGA). De NL IGA definieert het begrip ‘Amerikaans persoon’ (‘US Person’). Een natuurlijk persoon die geboren is in een van de Amerikaanse territoria is Amerikaans staatsburger en dus een Amerikaans persoon, met uitzondering van personen geboren op de Noordelijke Marianen voor 4 november 1986 en van personen geboren op Amerikaans Samoa. De NL IGA definieert ook de Amerikaanse territoria (artikel 1, eerste lid, onderdeel b, NL IGA). Ook een natuurlijk persoon die niet geboren is in de Amerikaanse territoria maar daar wel inwoner is en een green card heeft, is een Amerikaans persoon. Een natuurlijk persoon die niet geboren is in de Amerikaanse territoria, daar inwoner is, maar geen green card heeft, is echter geen Amerikaans persoon. Een entiteit is een Amerikaans persoon als deze is opgericht (‘incorporated’) naar het recht van de VS. Een entiteit die is opgericht naar het recht van een van de Amerikaanse territoria is geen Amerikaans persoon. (Artikel 1, eerste lid, onderdelen b en ee NL IGA) Voor de toepassing van de NL IGA-identificatie van een bestaande klant of een persoon die klant wil worden, zijn het voor de Nederlandse markt ontwikkelde self certification-formulier en de Amerikaanse W8- en W9-formulieren voor onbepaalde tijd geldig. Hierbij geldt als voorwaarde, dat deze formulieren een US TIN bevatten als dit op basis van de kwalificatie van de rekeninghouder vereist is. Volgens de algemene regel zijn het self certification-formulier en het W8- en W9-formulier geldig totdat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die invloed heeft, of kan hebben, op de FATCA-status die uit het self certification-formulier of het W8- of W9-formulier van de rekeninghouder blijkt. Daarnaast gelden de volgende regels: W8- en W9-formulieren waarin geen US TIN is opgenomen zijn geldig tot 1 januari 2020 mits sprake is van een bestaande rekening (i.e. rekeningen van voor 1 juli 2014); Als het om een bestaande rekening van een Amerikaanse natuurlijke persoon gaat en de FI het US TIN niet heeft, dan is het self certification-formulier geldig tot 1 januari 2020 als het de geboortedatum van de rekeninghouder bevat; Na 1 januari 2020 moet elk self certification-formulier/W8- en W9-formulier van een Amerikaanse persoon voorzien te zijn van een US TIN, ook wanneer daarin al – in plaats van een US TIN – een geboortedatum was opgenomen. Met ingang van 1 januari 2020 moet elke US person14Een US person is iemand die een Amerikaans staatsburger is of een inwoner van Amerika., dus ook de houder van een bestaande rekening, over een US TIN beschikken en dit hebben doorgegeven aan de betrokken FI. De geldigheid van de W8- en W9-formulieren en de self certification-formulieren zonder het US TIN is beëindigd met ingang van 1 januari 2020. Een klant zal er zelf voor moeten zorgen dat de FI een (nieuw) self certification-formulier aan hem uitreikt. De klant moet dit formulier compleet invullen. Als de FI niet in staat is een geldige verklaring van de rekeninghouder te verkrijgen, moet zij de rekening behandelen als een Amerikaanse te rapporteren rekening. Dat betekent dus rapportage van de rekening zonder US TIN. Als de FI geen volledig ingevuld self certification-formulier verkrijgt, kan de FI er ook voor kiezen om geen nieuwe rekening te openen voor de klant, totdat een volledig ingevuld self certification-formulier ontvangen wordt, dan wel de nieuwe rekening te beperken tot een basisbetaalrekening. Zie hierna onder 2.4 de verplichtingen omtrent het aanbieden van een basisbetaalrekening. Onder toepassing van de NL IGA wordt voor bestaande rekeningen verlangd van de FI dat zij een redelijke inspanning levert om missende US TIN’s te bemachtigen. Hier hebben FI’s in ieder geval tot juli 2023 de tijd voor. Indien een US person als klant ondanks de doorlopende inspanningen van de FI toch niet aan de verplichting voldoet om een US TIN door te geven, zullen de door de FI geleverde inspanningen door de IRS als belangrijke factor worden meegewogen in de vaststelling van de GIIN lijst. Zie voor een nadere toelichting over de ‘redelijke inspanning’ en de rapportage bij missende US TIN’s door FIs hierna 2.12. Van belang in de rapportage is dat US persons de mogelijkheid hebben, zoals hierna beschreven onder 2.11a, om zonder dat men beschikt over een US TIN afstand te doen van de Amerikaanse nationaliteit. Indien deze procedure is ingezet, zal de klant de FI hiervan op de hoogte dienen te brengen. De FI dient dit gegeven vast te leggen in haar administratie. Het missen van een US TIN is in dit geval namelijk gerechtvaardigd. Op basis van de Europese richtlijn betaalrekeningen15(Payments Accounts Directive-richtlijn: Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties, PbEU 2014, L257/214), voor Nederland in wetgeving verankerd in de Wft, hebben consumenten (natuurlijke personen) in de Europese Unie (EU) het recht om een basisbetaalrekening te openen en te gebruiken. Een basisbetaalrekening is een rekening waarop geen debetstand mogelijk is. Banken zijn verplicht om op aanvraag een basisbetaalrekening te openen tenzij er een weigeringsgrond van toepassing is (artikel 4:71f Wft). Het enkel ontbreken van een US TIN is geen weigeringsgrond in de zin van artikel 4:71f Wft. In algemene zin kan een FI in een individueel geval het openen van een basisbetaalrekening weigeren, of kan zij een bestaande betaalrekening sluiten, indien zij kan aantonen dat er sprake is van opzettelijk witwassen en/of belastingontduiking. Bij afwezigheid van een weigeringsgrond is een FI dus verplicht om – op aanvraag – een basisbetaalrekening te openen voor een US Person die niet beschikt over een US TIN.16Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/03/18/beantwoording-kamervragen-over-uitwerking-fatca Zie ook artikel 4:71i, Wft waarin de voorwaarden staan waarop de bank de toegang tot een basisbetaalrekening kan beëindigen en waarin het vereiste staat dat de rekeninghouder daarvan in kennis wordt gesteld. In de NL IGA staat de verplichting voor FI’s om over de jaren 2015 en 2016 de naam van elke niet-participerende FI, waaraan de FI betalingen heeft gedaan te rapporteren, alsmede het totale bedrag van betalingen gedaan aan elke niet-participerende financiële instelling. Een niet-participerende FI rapporteert niet en kan ook buiten Nederland gevestigd zijn. Zo’n instelling is daarmee te onderscheiden van een FI die wel in Nederland is gevestigd en gegevens rapporteert. Het begrip ‘betalingen’ omvat in principe elke betaling van Amerikaans FDAP-inkomen (Fixed, Determinable, Annual or Periodical income). Vanwege de uitgebreidheid van dit begrip en de beperkte jaren waarover rapportage nodig is, is met de VS afgesproken dat de te rapporteren gegevens over betalingen aan niet-participerende financiële instellingen voor toepassing van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, NL IGA, dezelfde gegevens zijn als genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, subonderdelen 5 tot en met 7, NL IGA. Hierdoor hoeft een FI, onafhankelijk van de vorm van verleende dienstverlening, dus geen betalingen aan niet-participerende financiële instellingen meer te rapporteren. Het is voldoende dat de gegevens die een FI normaliter over een te rapporteren rekeninghouder zou moeten rapporteren, ook rapporteert ten aanzien van de rekeningen die een niet-participerende financiële instelling bij de FI aanhoudt. In het geval van een verzekeringsmaatschappij leidt dit niet tot rapportage over de uitkering aan een begunstigde die een rekening aanhoudt bij een niet-participerende financiële instelling. De FI moet per jaar het totale bedrag aan waarden en inkomen per elke niet-participerende financiële instelling rapporteren. (Artikel 4, eerste lid, onderdeel b, NL IGA) De NL IGA bepaalt dat FI’s zich moeten registreren bij de ‘IRS registration portal’. Deze verplichting geldt niet voor niet-rapporterende FI’s die van rapportage zijn uitgezonderd (artikel 1, eerste lid, onderdeel q, NL IGA), tenzij: De FI opteert voor de status van Qualified Intermediary, Withholding Foreign Partnership of Withholding Foreign Trust, of De FI optreedt als een ‘sponsoring entity’ of een ‘lead FI’ voor een of meer verbonden entiteit(en), of De FI beschreven is in de NL IGA als niet-rapporterend maar wel (op een gegeven moment) een Amerikaanse te rapporteren rekening heeft (artikel 1, eerste lid, onderdeel cc, NL IGA). Het gaat dan om de in onderdeel II.A.1 van Bijlage II van de NL IGA opgenomen FI met een lokaal cliëntenbestand. Eind maart 2019 heeft de VS nieuwe regels gepubliceerd die zien op de zogenoemde ‘sponsored entities’ onder de FATCA. Voor 25 maart 2019 was het zo dat de sponsored entity compliant was als de sponsoring entiteit alle FATCA registraties deed. Met de wijziging van de regelgeving van de VS was dat niet langer het geval. Sponsored entities moeten volgens het nieuwe Amerikaanse recht alsnog (via hun sponsoring entity) ‘certifications’ afgeven. De nieuwe regels zijn op 25 maart van kracht geworden en certificering had moeten gebeuren voor 1 april 2019. Omdat Nederland in Annex II van de IGA de sponsored entities niet had aangemerkt als ‘non reporting FI’s’ ontstond er een probleem voor de ruim 1.700 sponsored entities en de ruim 130 sponsoring entities in Nederland. Nederland heeft de VS verzocht om Annex II van de IGA aan te vullen met twee nieuwe secties die specifiek zien op de sponsored entities. Ondanks de nodige besprekingen met de VS en het verzoek om een vergelijkbaar arrangement (met terugwerkende kracht tot op 25 maart 2019) als de VK heeft getekend met de VS is er – ondanks herhaald aandringen – nog geen overeenkomst tot stand gekomen. Verwacht wordt wel dat de overeenkomst tot stand zal komen, waarna is zeker gesteld dat alle sponsored entities compliant zijn. (Artikel 4, eerste lid, onderdeel c, NL IGA). De NL IGA bepaalt dat een FI die besloten heeft de primaire inhoudingsplicht te aanvaarden (‘Primary Withholding QI’ op grond van Hoofdstuk 3 van de IRS), of die een Withholding Foreign Partnership of Withholding Foreign Trust is, 30% bronbelasting moet inhouden op elke uit de VS afkomstige en aan inhouding onderworpen betaling aan een niet-participerende FI. Deze voorgeschreven inhouding vloeit voort uit de aangepaste QI-agreement met de IRS, die op de website van de IRS is gepubliceerd.17https://www.irs.gov/pub/irs-drop/rp-17-15.pdf (Artikel 4, eerste lid, onderdeel d, NL IGA). Als een FI een betaling doet of optreedt als tussenpersoon voor uit de VS afkomstige en aan inhouding onderworpen betalingen aan een niet-participerende FI, moet deze FI de benodigde informatie verstrekken aan de rechtstreekse betaler van deze betaling (‘withholding agent’). Deze withholding agent kan dan op grond van die informatie de bronbelasting inhouden en rapporteren over de betaling aan de niet-participerende FI. De vraag rees wat deze bepaling in samenhang met artikel 5, derde lid, NL IGA betekent voor een CSD. Ook werd gevraagd hoe de inhouding van bronbelasting zou moeten lopen als betalingen worden gedaan aan een FI die niet optreedt als Primary Withholding QI. Leden van de CSD in Nederland – Euroclear Nederland – zijn in principe zelf verantwoordelijk voor rapportage aan de Belastingdienst over Amerikaanse personen voor stukken gehouden door Euroclear Nederland. Euroclear Nederland hoeft dus als CSD niet te rapporteren ten aanzien van deze stukken. Euroclear Nederland mag echter wel als externe dienstverlener rapporteren ten behoeve van de leden of de FI’s die toegang hebben tot Euroclear Nederland. De verantwoordelijkheid voor de verplichtingen uit het verdrag blijft liggen bij de FI’s (artikel 5, derde lid, NL IGA). Voor leden van Euroclear Nederland die niet optreden als Primary Withholding QI en waarvoor Euroclear Nederland de rapportageverplichting aan de Belastingdienst, heeft overgenomen (artikel 5, derde lid, NL IGA), blijft in principe de verplichting bestaan om FATCA-informatie aan de withholding agent over te leggen. Euroclear Nederland kan deze rapportageverplichting aan de withholding agent ook overnemen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor rapportage blijft dan eveneens bij de leden of FI’s die toegang tot Euroclear Nederland hebben en niet optreden als Primary Withholding QI. (Artikel 4, eerste lid, onderdeel e, NL IGA).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel