Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Omzetbelasting, heffing privégebruik auto en toepassing BUA· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 4 juli 2020

Dit besluit gaat over de vaststelling van btw die is verschuldigd voor het privégebruik van (ook zakelijk gebruikte) auto’s. Het privégebruik auto is belast op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Het besluit bevat onder meer een goedkeuring in § 2.2. om de wegens privégebruik verschuldigde btw per auto vast te stellen via een forfaitaire berekening. Deze goedkeuring geldt zowel voor ondernemers die zelf een auto voor privédoeleinden gebruiken als voor ondernemers die aan hun werknemers een auto mede voor privédoeleinden ter beschikking stellen. Onder gebruik voor privédoeleinden valt (zowel voor werknemers als ondernemers) ook het zogenoemde woon-werkverkeer. In onderdeel 3 wordt ingegaan op de toepassing van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 voor de verstrekking van parkeergelegenheid, fietsen en gratis kerstpakketten. In dit besluit wordt uitgegaan van de volgende begrippen en afkortingen: wet:Wet op de omzetbelasting 1968 besluit:Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 beschikking:Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 BUA:Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 btw: omzetbelasting bpm: Belastingen op personenauto's en motorrijwielen AWR:Algemene wet inzake rijksbelastingen HvJ: Hof van Justitie van de Europese Unie

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel