De tekenbevoegdheid wordt uitgeoefend met dien verstande dat:
geen beslissingen worden genomen ten aanzien van zaken van principiële aard;
de bestaande richtlijnen en gebruiken omtrent voorparaaf en medeparaaf in overleg en overeenstemming met medebelanghebbende afdelingen in acht zijn genomen;
de binnen het Ministerie geldende instructies omtrent het voorleggen en afdoen van stukken zijn gevolgd;
geen stukken worden ondertekend, die bij de ontvanger de indruk kunnen wekken dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt, welke door de Minister moet worden genomen.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2020· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 18 juli 2020