Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.1

Artikel 9

Uitkering bij ontslag dan wel einde van (her)benoemingstermijn

Onderdeel van Regeling rechtspositie Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de journalistiek· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020

1. Bij tussentijds ontslag en bij het einde van de benoemingstermijn of herbenoemingstermijn, hebben de leden van het Commissariaat aanspraak op een aanvulling op de reguliere uitkering krachtens de Werkloosheidswet volgens het derde lid als het dagloon hoger is dan het voor de Werkloosheidswet geldende maximum dagloon. 2. Geen recht op uitkering bestaat bij ontslag op eigen verzoek of ten gevolge van eigen schuld of toedoen. 3. De eerste twee maanden wordt de reguliere uitkering krachtens de Werkloosheidswet aangevuld tot 75% van het dagloon en daarna tot 70%. 4. Als de reguliere uitkering krachtens de Werkloosheidswet geheel of gedeeltelijk wordt verlaagd vanwege nieuwe inkomsten, wordt ook de aanvulling op deze uitkering evenredig verlaagd. 5. De wettelijke verplichtingen, sancties en maatregelen die gelden voor een reguliere uitkering krachtens de Werkloosheidswet zijn ook van toepassing op de verhoogde uitkering.

Rechtspraak bij dit artikel