**1.** Onze Minister wijst een gesticht of afdeling van een gesticht als bedoeld in artikel 2 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES aan voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming van jeugdigen. De tenuitvoerlegging van de pij-maatregel kan daarnaast plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, juncto artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
**2.** In een gesticht of afdeling van een gesticht als bedoeld in het eerste lid, verblijven jeugdigen gescheiden van volwassenen.
**3.** Van het tweede lid kan voor een periode van ten hoogste drie maanden worden afgeweken in verband met een tekort aan plaatsen voor de tenuitvoerlegging. In dat geval kan de jeugdige die ouder is dan 16 jaar worden geplaatst in een afdeling als bedoeld in artikel 7 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES.
**4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 79k van de wet kan de jeugdige die tijdens het verblijf de leeftijd van 18 jaar bereikt, worden geplaatst in een afdeling als bedoeld in artikel 7 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES.
**5.** Onze Minister is belast met de plaatsing en overplaatsing. Onze Minister kan daartoe de overbrenging van jeugdigen bevelen en de overbrenging doen geschieden door personeelsleden of medewerkers die daartoe door hem zijn aangewezen.
**6.** Indien de jeugdige voor de tenuitvoerlegging van de pij-maatregel wordt geplaatst in een inrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, is op de tenuitvoerlegging het bij of krachtens de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen bepaalde van toepassing.
Hoofdstuk 3 › § 3.1
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2020