**1.** Het bevoegd gezag doet uiterlijk 17 weken voorafgaande aan de ingebruikname van een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 73d van de wet een schriftelijke melding aan DUO. Uit die melding volgt voor welke hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in de artikelen 4.13 of 4.14 van de wet, de tijdelijke nevenvestiging in de tijdelijke huisvestingsbehoefte voorziet.
**2.** De melding gaat vergezeld van een document waaruit blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente uiterlijk met ingang van de datum van de feitelijke ingebruikname de benodigde huisvesting ter beschikking zal stellen.
**3.** In afwijking van het tweede lid doet het bevoegd gezag van een school waarvoor jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald op grond van artikel 6.21 of 6.22 van de wet de melding vergezeld gaan van een document waaruit blijkt:
dat bij de desbetreffende hoofdvestiging of nevenvestiging sprake is van tijdelijke huisvestingsbehoefte voor een periode korter dan vijftien jaar, gelet op de prognose van het aantal leerlingen van de desbetreffende hoofdvestiging of nevenvestiging voor vijftien jaar en de normen voor de huisvesting zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO; en
dat met ingang van de datum van de feitelijke ingebruikname huisvesting voor de desbetreffende tijdelijke nevenvestiging beschikbaar is.
Artikel 19
Tijdelijke nevenvestiging
Onderdeel van Regeling voorzieningenplanning vo 2020· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022