Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 6

Nadere regels ouderverklaringen

Onderdeel van Regeling voorzieningenplanning po CN 2021· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 september 2022

1. De ouderverklaring, bedoeld in artikel 72a, eerste lid, van de wet, wordt door de ouder ingediend bij de afdeling OCW Caribisch Gebied, ondergebracht bij de Rijksdienst Caribisch Nederland in de periode van 1 juli tot en met 29 oktober in het kalenderjaar van de aanvraag. 2. Na indiening van de aanvraag kan daarvoor geen ouderverklaring meer worden ingediend. 3. De ouder kan de ouderverklaring uiterlijk op 29 oktober, bedoeld in het eerste lid, intrekken. Deze maakt dan geen onderdeel meer uit van de belangstellingsmeting. 4. Na indiening van de aanvraag kan de ouderverklaring niet meer worden ingetrokken. 5. Indien de aanvrager een melding van een voorgenomen aanvraag intrekt, vervallen de hierbij behorende ingediende ouderverklaringen. 6. De ouder kan in een volgend kalenderjaar opnieuw een ouderverklaring als bedoeld in artikel 72a, eerste lid, van de wet ten aanzien van hetzelfde kind indienen, indien de aanvraag waarvoor eerder een ouderverklaring is ingediend: wel is gemeld, maar niet is ingediend; of is afgewezen. 7. Vanaf 30 oktober in het jaar van de aanvraag stelt DUO aan de aanvrager het aantal geldige ouderverklaringen beschikbaar. 8. Degene die een ouderverklaring indient ontvangt daarvoor geen beloning in enige vorm. 9. Bij overtreding van het achtste lid kan de minister besluiten dat alle ingediende ouderverklaringen geen deel meer uitmaken van de desbetreffende belangstellingsmeting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel