Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Kwijtscheldingen bij schenkingen voor het algemeen nut

Onderdeel van Schenk- en erfbelasting, kwijtschelding· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 september 2020

Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van schenkbelasting kan worden verleend voor een schenking ten behoeve van het algemeen nut voor het grondgebied van Nederland die aan een bepaald tijdstip of een bepaalde gebeurtenis gebonden is (artikel 67, eerste lid, onder 4°, Successiewet). Kwijtschelding kan worden verleend van schenkbelasting die is verschuldigd over schenkingen die zijn gedaan in het kader van een inzameling ten behoeve van het algemeen nut ter gelegenheid van een bepaald tijdstip. Een bepaald tijdstip kan bijvoorbeeld zijn een jubileum van de schenker of begiftigde van 25 jaar of een veelvoud daarvan. Kwijtschelding kan eveneens worden verleend van schenkbelasting die is verschuldigd over schenkingen die zijn gedaan in het kader van een inzameling ten behoeve van het algemeen nut in verband met een bepaalde gebeurtenis. Een bepaalde gebeurtenis kan bijvoorbeeld zijn het stichten, het verwerven, substantiële renovatie of uitbreiding van een bijzonder gebouw, bijvoorbeeld een kerk of een concertzaal. Het onderhoud van een dergelijk gebouw valt hier niet onder. Bij de schenking moet worden aangeduid voor welk gebouw de schenking is bedoeld. Schenkingen aan een landelijk fonds, waaruit van tijd tot tijd bijdragen worden verstrekt ten behoeve van het stichten van nader te bepalen gebouwen, zijn onvoldoende ‘bepaald’. Hiervoor geldt de regeling niet. Verder moet de schenking zijn gedaan om te voorzien in een onmiddellijke behoefte aan gelden voor het beoogde doel. Zo valt bijvoorbeeld de aflossing van langlopende leningen die voor het beoogde doel zijn aangegaan niet onder deze regeling. De kwijtscheldingsregeling geldt voor schenkingen die in een bepaalde periode (de actieperiode) zijn gedaan. De verzoeker geeft zelf aan voor welke periode hij opteert. Voor jubilea en landelijke inzamelingsacties beslaat de periode maximaal één jaar. Voor jubilea geldt daarbij dat het jubileum binnen de gekozen periode moet vallen. Voor de overige gebeurtenissen is de periode een aaneengesloten tijdvak van maximaal twee jaren. De kwijtscheldingsregeling geldt ook voor schenkingen in de vorm van periodieke giften als bedoeld in artikel 6.34 en 6.38 van de Wet inkomstenbelasting 2001, onder de volgende voorwaarden. De schenking is gedaan in de actieperiode. De looptijd van de termijnen is maximaal vijf jaren. De eerste termijn wordt uitgekeerd in de actieperiode. Artikel 67, eerste lid, aanhef en onder 4˚, van de Successiewet bevat een zogenoemde attributiebepaling. Aan de staatssecretaris van Financiën is de bevoegdheid geattribueerd tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van schenkbelasting voor een schenking ten behoeve van het algemeen nut voor het grondgebied van Nederland die aan een bepaald tijdstip of een bepaalde gebeurtenis gebonden is. Gelet op de artikelen 10:3 en 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) mandateer ik met dit beleidsbesluit deze bevoegdheid met de mogelijkheid om ondermandaat te verlenen aan de inspecteur zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid juncto artikel 3, eerste lid, onderdeel a1 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, die verantwoordelijk is voor het onderdeel Particulieren (hierna: inspecteur): De inspecteur heeft mandaat tot het verlenen van kwijtschelding op grond van artikel 67, eerste lid, onder 4˚, Successiewet en alle werkzaamheden die hiermee verband houden. Aan de inspecteur wordt betreffende deze aangelegenheden ook volmacht en machtiging verleend als bedoeld in artikel 10:12 Awb. De inspecteur heeft de bevoegdheid ondermandaat te verlenen aan functionarissen werkzaam bij de Belastingdienst. De verzoeken om kwijtschelding kunnen rechtstreeks worden gericht aan: Belastingdienst/Schenkbelasting Postbus 4670 5601 ER Eindhoven

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel