**1.** De hieronder vermelde instanties en personen zijn verplicht desgevraagd aan de minister kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het besluit:
de colleges van burgemeester en wethouders;
de eilandbesturen van de openbare lichamen;
de Kamers van Koophandel en Nijverheid voor de openbare lichamen, bedoeld in artikel 1a van de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES;
de Minister van Justitie en Veiligheid voor zover het betreft:
de toepassing van de Wet toelating en uitzettingen van vreemdelingen BES; of
een persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover het betreft de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
de rijksbelastingdienst;
de Sociale verzekeringsbank;
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
het Zorgverzekeringskantoor BES;
instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie of water leveren;
instanties die op basis van hun statutaire doel de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
instanties die op basis van hun statutaire doel de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES uitvoeren;
instanties en personen die woonruimte in de openbare lichamen verhuren.
**2.** Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan de minister, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het besluit.
**3.** De in het eerste en het tweede lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot:
degene van wie kosten van onderstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge paragraaf 6.4 van het besluit;
personen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene:
te wiens behoeve onderstand is aangevraagd of wordt verleend; of
van wie kosten van onderstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge paragraaf 6.4 van het besluit.
**4.** De in het eerste en tweede lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Gegevensverstrekking aan de minister
Onderdeel van Regeling onderstand BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021