**1.** De minister ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke mate van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door de minister heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte onderstand is verleend.
**2.** De minister kan afzien van het opleggen van een maatregel indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3.** Indien de minister afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 6
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Regeling onderstand BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021