**1.** Een kapitein of eerste stuurman van een vaartuig, gebouwd en ingericht voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 1995, die op grond daarvan voor de inwerkingtreding van dit besluit vrijgesteld was van de loodsplicht, zonder dat hem een ad-hoc-loodsplicht als bedoeld in artikel 2 van dat besluit en de daarop berustende bepalingen is opgelegd, doch met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit, gelet op artikel 3, derde lid, onderdeel f, niet in aanmerking komt voor een vrijstelling of gelet op artikel 13, eerste lid, niet in aanmerking komt voor een ontheffing, kan bij de regionale autoriteit tot 1 juli 2021 voor dat schip een tijdelijke PEC aanvragen indien hij in de jaren 2019 en 2020 een zeehavengebied ten minste een maal aantoonbaar heeft aangedaan.
**2.** De in het eerste lid bedoelde tijdelijke PEC wordt door de bevoegde autoriteit verleend en is tot uiterlijk 1 januari 2031 geldig voor het zeehavengebied waarop de aanvraag betrekking heeft.
**3.** Hoofdstuk 3, met uitzondering van de artikelen 4, vijfde lid, 5, 6, 7, 10, vierde lid, en 11, tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde tijdelijke PEC.
Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid,
onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor
het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het
Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).
Hoofdstuk 8
Artikel 22
Overgangsbepaling in verband met wijziging vrijstelling voor werkschepen
Onderdeel van Loodsplichtbesluit 2021· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021