Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Voorschriften met betrekking tot het gebruik van een PEC

Onderdeel van Loodsplichtbesluit 2021· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. De houder van een PEC maakt geen gebruik van zijn PEC: bij de vaart met een zeeschip met gevaarlijke lading, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald; of indien het zeeschip waarop de PEC van toepassing is deel uitmaakt van een samenstel van zeeschepen. 2. De houder van een PEC maakt daarvan slechts gebruik indien en voor zover: hij in dienstverband werkzaam is bij een werkgever of indien hij als kapitein of eerste stuurman voor ten minste 24 uur is aangemonsterd op het betreffende zeeschip en hij in de voorafgaande haven al was aangemonsterd of tot de volgende haven aangemonsterd zal blijven; hij gedurende de vaart op het traject of vaargebied daadwerkelijk als verkeersdeelnemer optreedt; en hij tevens voldoet aan alle overige wettelijke vereisten om als kapitein of eerste stuurman te mogen functioneren. Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel