In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip dat werkzaamheden verricht:
in de haven Den Helder: met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 7 meter tot aan de Moormanbrug met het Nieuwe Diep als bestemming en vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis;
op het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Den Oever: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter;
op het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Kornwerderzand: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4 meter;
op het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 3 meter;
op het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 125 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter;
op het traject Slenk – haven Terschelling: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4,5 meter;
op het traject Schulpengat - Rede: met een lengte over alles tot en met 150 meter en een diepgang tot en met 7 meter;
op het traject aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 140 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter;
op de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 16
Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen
Onderdeel van Loodsplichtregeling 2021· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024