Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 52

Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, C of D

Onderdeel van Loodsplichtregeling 2021· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. Op de scheepvaartwegen, genoemd in artikel 48, heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, indien die scheepvaartwegen de start- of eindbestemming vormen van een PEC-traject op basis van het Scheldereglement, indien hij in het bezit is van een op basis van het Scheldereglement geldige PEC of een PEC die aan dezelfde eisen en voorwaarden voldoet, zoals die gelden voor de PEC-trajecten op grond van het Scheldereglement. 2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, gelden voor de PEC’s op de scheepvaartwegen, genoemd in artikel 48, de modules zoals vastgesteld op basis van het Scheldereglement. 3. In afwijking van artikel 4 geldt voor de in het eerste lid bedoelde PEC-trajecten dezelfde frequentie-eis als die geldt voor het PEC-traject op grond van het Scheldereglement. Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond, Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel