Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 2

Artikel 7.8

Het beroep van leraar

Onderdeel van Wet voortgezet onderwijs 2020· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022

1. Onder het beroep van leraar wordt verstaan het dragen van verantwoordelijkheid voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school. 2. De leraar heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid voor het beoordelen van de onderwijsprestaties van leerlingen. 3. De leraar beschikt over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder de zeggenschap over: de inhoud van de lesstof; de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt; de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de leerlingen en de contacten met de ouders; en het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de leraren als onderdeel van het team. 4. Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op met daarin de afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van leraren als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. Treedt volgens Stb. 2021/599 in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (afschaffing van het lerarenregister en het registervoorportaal) (Kamerstukken 35145), nadat dit tot wet is verheven, in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel