Indien binnen redelijke afstand van de woning van een leerling niet de gelegenheid bestaat om onderwijs aan een openbare school te volgen, kan het bevoegd gezag van een gelijksoortige uit ‘s Rijks kas bekostigde bijzondere school de toelating van de leerling niet weigeren op grond van godsdienst of levensovertuiging, tenzij de school uitsluitend voor interne leerlingen is bestemd.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 1
Artikel 8.3
Toegang tot bekostigde bijzondere scholen
Onderdeel van Wet voortgezet onderwijs 2020· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022