Een aanvraag tot verlenging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt toegewezen, voor zover de aanvraag:
niet is afgewezen op grond van artikel 3;
niet buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 4, vierde lid, of;
door de minister niet wordt geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet, welke gronden van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de aanvraag tot verlenging, bedoeld in artikel 2.