Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de indeling van de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ op het referentiebestand SES PPA dat is opgenomen in bijlage 6 van deze Beleidsregels;
de leeftijd op het VPPKB 2019;
de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2018;
de adresgegevens indien een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2018, op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2018. Indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het VPPKB 2018 op het gepseudonimiseerde adres in het belastingdienstbestand over 2019 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2019 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2019;
bewoners Wlz-instelling blijvend op Wlz-declaraties december 2018;
bewoners Wlz-instelling instromend op Wlz-declaraties december 2019 en op Wlz-declaraties december 2018.
Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, met behulp van het gepseudonimiseerde Burgerservicenummer aan het VPPKB 2019 en bepaalt op basis hiervan in welke PPA klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
Na toepassing van het tweede lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden voor het criterium PPA aan het PKB 2020, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het derde lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per klasse constant blijft.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.12
PPA
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 24 oktober 2020