Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.10

MHK

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 24 oktober 2020

Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: declaraties 2018 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2020, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; declaraties 2019 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; declaraties 2020 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; het VPPKB 2018, het VPPKB 2019 en het VPPKB 2020. Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot 2018, 2019 en 2020 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2018, 2019 en 2020. Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2021 in welke MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut deelt verzekerden die drie voorafgaande jaren geen variabele kosten in top 30 procent hadden in bij de klasse ‘Geen MHK’.

Rechtspraak bij dit artikel