Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.24

De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2021 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2021

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 24 oktober 2020

Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2021 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2021, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2021 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021. Voor de ex post compensatie voor de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021: bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 10,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2021; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € -10,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het mindere toe aan het normatieve bedrag 2021. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2021. Het Zorginstituut vermindert het resultaat na toepassing van het vorige lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2021 per 1 mei 2022 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2021 te vermenigvuldigen met € 41,00. Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2021 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2021, bedoeld in het eerste lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 54, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde en vierde lid. Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2021 in september 2022 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage. In het tweede lid, onder b, wordt ‘het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid,’ vervangen door ‘het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, zevende lid,’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel