De archiefvormende organisatieonderdelen zorgen ervoor dat van elk van de informatieobjecten te allen tijde kan worden vastgesteld:
de inhoud, structuur en verschijningsvorm bij het ontvangen of opmaken ervan, voor zover deze aspecten kenbaar moesten zijn voor de uitvoering van het betreffende proces;
wanneer, door wie en uit hoofde van welke taak of proces het door de Tweede Kamer werd ontvangen of opgemaakt;
de samenhang met andere ontvangen en opgemaakte informatieobjecten;
de met betrekking tot de informatieobjecten uitgevoerde beheeractiviteiten; en
de besturingsprogrammatuur of toepassingsprogrammatuur waarmee de informatieobjecten worden bewaard of beheerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Context en authenticiteit
Onderdeel van Regeling Archief- en Informatiebeheer TK 2020· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 3 november 2020