Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Samenloop afbouwregimes

Onderdeel van Regeling aanvullende arbeidsvoorwaarden luchtvaart politie· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2020

1. Indien bij een vlieger geleidelijke afbouw van de luchtvaarttoelage plaatsvindt op grond van artikel 7 en er gedurende de afbouwperiode, bedoeld in artikel 7, eerste dan wel tweede lid, sprake is van loss of licence als bedoeld in artikel 5, blijft de afbouwsystematiek van artikel 7, eerste respectievelijk tweede lid, op hem van toepassing. 2. Indien artikel 5 op een medewerker wordt toegepast en gedurende die toepassing verlaging van het maximumbedrag plaatsvindt op grond van artikel 6, tweede lid, vindt vanaf het moment van verlaging afbouw plaats volgens de afbouwsystematiek van artikel 7, eerste dan wel tweede lid. 3. Nadat de afbouwperiode, bedoeld in artikel 7, eerste respectievelijk tweede lid, is verstreken en er op grond van artikel 5 voor de medewerker nog afbouwjaren resteren wordt, voor het aantal jaren dat er nog aanspraak op artikel 5 bestaat dit artikel op hem toegepast, met dien verstande dat voor de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan wordt gelezen een twaalfde van het voor de medewerker geldende maximumbedrag, bedoeld in artikel 2, zesde lid, op het moment van voltooiing van de afbouw op grond van artikel 7. 4. Vanaf het moment van verlies van de bevoegdheid tot operationeel vliegen kan het totaal aantal afbouwjaren volgend uit artikel 7 en artikel 5, niet groter zijn dan op grond van artikel 5 voor de medewerker geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel