Gelet op het voorgaande is een hogere delictscategorie van toepassing, naarmate er sprake is van een grotere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de afgebeelde persoon en -indien van toepassing- hetgeen de dader daarmee beoogde. De drie delictscategorieën kennen elk een strafmaatbandbreedte. Deze gaan uit van éénmalig plegen door één meerderjarige verdachte, zonder dat er sprake is van (relevante) recidive.
Onderaan de richtlijntabel staan veelvoorkomende delictspecifieke strafmaat beïnvloedende factoren waarmee rekening gehouden kan worden.
Dat zijn onder andere de aard van het beeldmateriaal, de wijze en mate van verspreiding, de mate van opzet op benadeling van de afgebeelde persoon en of er sprake is van medeplegen, meerdere handelingen of een langere periode. Verder kan meegewogen worden of beeldmateriaal verdachte ongevraagd is toegezonden en of er sprake is van impulsief en ondoordacht handelen. Deze opsomming is niet uitputtend.
De factoren kunnen een strafverhogende of juist strafverminderende werking hebben. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval dient steeds beoordeeld te worden of een bepaalde factor in het concrete geval strafverhogend of strafverlagend dient te werken.
Naarmate er sprake is van meer strafmaat beïnvloedende factoren, zal de eis richting de grens van de bandbreedte verschuiven. Bij uitzonderlijke omstandigheden kan de strafeis buiten de bandbreedte treden. De strafeis dient altijd te worden gemotiveerd. Deze motiveringsplicht geldt in het bijzonder indien van de in de richtlijn genoemde strafbandbreedte wordt afgeweken.
Artikel 4
Toelichting strafbandbreedte en delictspecifieke strafmaat beïnvloedende factoren
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering misbruik seksueel beeldmateriaal· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 2020