Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Opbouw van de subsidie

Onderdeel van Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag per EOZ en een bedrag dat afhankelijk is van het aantal leerlingen en studenten van het openbaar lichaam waar het EOZ gevestigd is. 2. Het bedrag dat afhankelijk is van het aantal leerlingen en studenten, bedoeld in het eerste lid, wordt per kalenderjaar vastgesteld door het bedrag per leerling en student te vermenigvuldigen met het totaal aantal ingeschreven leerlingen op de scholen voor basis- en voortgezet onderwijs respectievelijk studenten op de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs. 3. Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgegaan van het aantal ingeschreven leerlingen en studenten op de volgende teldata: voor het kalenderjaar 2021: op 1 oktober 2020; voor het kalenderjaar 2022: op 1 oktober 2021; voor het kalenderjaar 2023: op 1 oktober 2022; voor het kalenderjaar 2024: op 1 oktober 2023; voor het kalenderjaar 2025: op 1 oktober 2024; voor het kalenderjaar 2026: op 1 oktober 2025; voor het kalenderjaar 2027: op 1 oktober 2026; voor het kalenderjaar 2028: op 1 oktober 2027. 4. Het EOZ in het openbaar lichaam Saba en het EOZ in het openbaar lichaam Sint Eustatius ontvangen naast het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, een aanvullend bedrag in verband met het hogere prijspeil op deze eilanden. 5. Het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden gewijzigd, indien de verklaring van de accountant inzake de leerlingen- en studentenaantallen, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft.

Rechtspraak bij dit artikel