**1.** Onverminderd artikel 11, voldoet de tekening, bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, aan de volgende vereisten:
elk blad waaruit de tekening bestaat, vermeldt de kadastrale aanduiding van het in de splitsing in appartementsrechten betrokken perceel en elk blad wordt door de desbetreffende notaris gewaarmerkt;
de tekening bevat plattegronden van de begane grond en van de verdiepingen en zo nodig ook doorsnede en aanzichten van het gebouw, alsmede van de bij het gebouw behorende grond;
de tekening geeft de begrenzing aan van de onderscheidende gedeelten van de gebouwen en de grond, die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht zal zijn begrepen, alsmede de ligging van die gedeelten ten opzichte van de overige gedeelten van de gebouwen van de grond;
op de tekening is binnen de begrenzing van elk zodanig gedeelte een nummer in Arabische cijfers als kenmerk van dat gedeelte aangebracht;
voor het geval dat een zodanig gedeelte bestaat uit niet belendende onderdelen of uit onderdelen waarvan de grondvlakken niet in hetzelfde horizontale vlak zijn gelegen, bevat de tekening binnen de begrenzing van elk van de onderdelen hetzelfde nummer als kenmerk van dat gedeelte;
de nummers, bedoeld onder d en e, vormen een met het cijfer één aanvangende, zonder onderbreking opklimmende reeks der natuurlijke getallen;
de begrenzingen bedoeld onder c zijn zoveel mogelijk door een onuitwisbare lijn van in het oog vallende dikte aangegeven, welke dikte gelijk is in alle op de tekening voorkomende afbeeldingen uitgezonderd de in het derde lid bedoelde situatieschets. Daarnaast zijn ter verduidelijking arceringen toegelaten, afzonderlijk gekozen voor verschillende gedeelten die voor gebruik als afzonderlijk geheel zijn bestemd;
de appartementsindex is aangebracht zoveel mogelijk in het midden binnen de begrenzing van elk voor gebruik als afzonderlijk geheel bestemd gedeelte, en in het onder e bedoelde geval, zoveel mogelijk in het midden binnen de begrenzing van elk der aldaar bedoelde onderdelen;
de schaal van de op de tekening voorkomende afbeeldingen is niet groter dan 1:100 en niet kleiner dan 1:200;
elk blad waaruit de tekening bestaat, vermeldt de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal;
de richting van het noorden is op elk blad van de tekening door een pijl aangegeven.
**2.** Het is toegestaan dat de tekening van elk gedeelte van de gebouwen dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd, bedoeld in het eerste lid, de onderlinge ligging van alle tot dat gedeelte behorende vertrekken en andere ruimten aangeeft.
**3.** In afwijking van het eerste lid, onder i, kan een kleinere schaal worden gebruikt voor een situatieschets, welke met het oog op het aan het slot van het eerste lid, onder c, omschreven vereiste op de tekening wordt aangebracht, als overzicht van de overige afbeeldingen.
**4.** Indien het afschrift van de tekening uit meerdere bladen bestaat, wordt op elk blad vermeld de daarop afgebeelde onroerende zaken met perceelsgewijs hun kadastrale aanduiding en de dagtekening van het verzoek. Elk blad wordt voorzien van een open ruimte, bestemd voor de verklaring van de bewaarder waarin het complexnummer wordt vermeld.
**5.** De notaris vermeldt in het verzoek uit hoeveel bladen het afschrift van de tekening bestaat en verklaart dat de overgelegde afschriften van de tekening onderling geheel gelijkluidend zijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Kadasterwet BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021