Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Kadasterwet BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. De verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, wordt gesteld aan de voet van het afschrift van het in papieren vorm ter inschrijving aangeboden stuk en bevat de verklaring dat het afschrift eensluidend is met het ter inschrijving aangeboden stuk. De verklaring bevat voorts de vermelding van de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres van degene die de verklaring ondertekent. 2. Indien de verklaring van eensluidendheid ondertekend wordt door een notaris, gerechtsdeurwaarder, griffier dan wel een advocaat of procureur, kan in plaats van de woonplaats met het adres worden vermeld: de benaming van het ambt en de plaats van vestiging van de notaris dan wel de gerechtsdeurwaarder; de benaming van het ambt en de standplaats van de griffier; of de benaming van de hoedanigheid van de advocaat of de procureur en de plaats van vestiging van de advocaat of procureur. 3. De verklaring van eensluidendheid wordt ondertekend: indien het notariële akten en notariële verklaringen betreft: door een notaris; indien het rechterlijke uitspraken betreft: door de betrokken griffier of door een notaris; indien het een proces-verbaal van inbeslagneming betreft: door de betrokken deurwaarder of procureur, of door een notaris; indien het een instelling van een rechtsvordering of een indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak betreft: door degene die het ter inschrijving aangeboden stuk voor afschrift heeft getekend of door een notaris; indien het andere dan de onder a tot en met d bedoelde stukken betreft: door de ondertekenaars van die stukken, dan wel door één of meer van hen die daartoe uitdrukkelijk in het stuk zijn gemachtigd of door een notaris. 4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet die wordt opgenomen in het afschrift van een stuk dat deel uitmaakt of deel uit zal gaan maken van een stuk dat ter inschrijving wordt aangeboden, voor zover hiervan niet wordt afgeweken in artikel 10.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel