**1.** De subsidie voor realisering van een speelfilm of lange animatiefilm wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van de vervaardiging van een werkkopie en de definitieve vertoning gereed zijnde kopie die in de bioscoop en/of filmtheaters en tevens non theatrical zal worden uitgebracht.
**2.** Om tot een besluit van subsidieverlening te komen dient de producent op grond van een voornemen dan wel besluit tot subsidieverlening de volgende stukken voor te leggen aan het bestuur van het Fonds:
een onderbouwde intentieverklaring of garantieverklaring van een filmdistributeur; en
een marketing- en distributiestrategie, in gezamenlijkheid met een filmdistributeur
**3.** Een besluit tot subsidieverlening wordt genomen onder de voorwaarde dat voorafgaand aan de uiterlijke datum dat de uitvoeringsovereenkomst moet worden ondertekend een gedetailleerd crossmediaal marketing en distributieplan, in gezamenlijkheid met de filmdistributeur, aan het bestuur van het Fonds ter beoordeling en goedkeuring wordt voorgelegd. Dit plan dient gericht te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release.
**4.** Indien de speelfilm/ lange animatiefilm een mainstream film betreft dient in aanvulling op de leden 1 t/m 3:
het filmplan gericht te zijn op het bereiken van minimaal 150.000 betalende bezoekers in de Nederlandse bioscopen, dan wel 100.000 betalende bezoekers in het geval van een kinder- en jeugdfilm, en,
de producent aantoonbaar in staat te zijn om zelf risicodragend te participeren in de financiering;
op het moment van indiening van de aanvraag 25% van de benodigde financiering door marktpartijen, waaronder een filmdistributeur en/of bioscoopexploitanten reeds onvoorwaardelijk en aantoonbaar te zijn toegezegd.
Hoofdstuk › Paragraaf › Subparagraaf
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021