Naar hoofdinhoud

Paragraaf 13

Artikel 37

Beoordeling algemeen

Onderdeel van OER vernieuwde BA· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020

1. De beoordeling van een toets gebeurt door een beoordelaar, die daartoe aangewezen is door de examencommissie. 2. Het is de beoordelaar, bedoeld in het eerste lid, niet toegestaan een kantoorgenoot of een stagiaire over wie hij het patronaat uitoefent of die hij anderszins in overwegende mate begeleidt te examineren. Zo nodig wijst de examencommissie een andere beoordelaar aan. 3. De beoordeling gebeurt aan de hand van de methode, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a, b en c en omvat het oordeel ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’. 4. Indien een beoordelaar de prestatie van de stagiaire voor de toets of onderdelen van die toets als onvoldoende beoordeelt, vraagt hij een tweede beoordelaar uit het team om zijn oordeel. De gezamenlijke beoordeling wordt aan de examencommissie overhandigd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingsverordening beroepsopleiding advocaten 2020 in werking treedt (Stcrt. 2020/19758).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel