Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 4

Samenstelling examencommissie

Onderdeel van OER vernieuwde BA· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De examencommissie bestaat uit door de algemene raad te benoemen leden. De omvang van de examencommissie is afhankelijk van de voorliggende werkzaamheden en wordt door de algemene raad bepaald na ingewonnen advies van de examencommissie. 2. In de examencommissie worden in ieder geval benoemd: op voordracht van de uitvoeringsorganisatie: twee leden; op voordracht van elke onderwijsaanbieder, de uitvoeringsorganisatie uitgezonderd: één lid. 3. De algemene raad wijst een van de leden aan als voorzitter alsmede twee andere leden die samen met de voorzitter het dagelijks bestuur vormen. 4. Bij de samenstelling van de examencommissie wordt rekening gehouden met deskundigheid op het gebied van vaardigheden, ethiek en juridische inhoud, alsmede ervaring met toetsing in de vorm van assessments. Daarnaast is ten minste één van de leden onderwijskundige. 5. Geen van de leden van de examencommissie is betrokken bij de ontwikkeling of de samenstelling van de toetsen of de onderwijsonderdelen. 6. De leden van de examencommissie worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Zij treden af volgens een door de examencommissie vast te stellen rooster van aftreden. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd. 7. De uitvoeringsorganisatie is verantwoordelijk voor het beheer en de ondersteuning van de examencommissie, waaronder het voorzien in een secretariaat van de examencommissie.

Rechtspraak bij dit artikel