Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 14

Beslissing en vaststelling subsidies van € 25.000 tot € 125.000

Onderdeel van Algemeen Reglement Mondriaan Fonds 2021· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. Subsidies van € 25.000 tot € 125.000 worden als voorschot uitgekeerd binnen zes weken na de positieve beslissing. In de beschikking tot subsidieverlening wordt de datum vermeld waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2. Indien de periode van de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan 12 maanden bedraagt, kan maximaal één keer per 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag worden gevraagd. 3. De bij wijze van voorschot uitgekeerde subsidie als bedoeld in dit artikel bedraagt maximaal 90% van de het subsidiebedrag. De resterende 10% zal na goedkeuring van de in het zesde en zevende lid bedoelde verantwoording worden uitbetaald. 4. De ontvanger van een in het eerste lid van dit artikel bedoelde subsidie dient onmiddellijk aan het fonds te melden als aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel vóór de in de beschikking vermelde datum waarop deze uiterlijk moeten zijn verricht zullen worden verricht of als niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichting zal worden voldaan. 5. Naar aanleiding van een in het vierde lid van dit artikel bedoelde melding kan, al naar gelang de aard daarvan, de subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de aanpassing van de verplichtingen, zoals een verlenging van de termijn waarin de gesubsidieerde activiteiten moeten hebben plaatsgevonden. 6. De ontvanger van een in het eerste lid van dit artikel verleende subsidie dient binnen het in de toelichting gestelde aantal maanden na de door het bestuur gesubsidieerde periode een verslag over de verrichte werkzaamheden in te dienen, voorzien van deugdelijke visuele documentatie. Het bestuur kan verzoeken om aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. 7. Degene aan wie een subsidie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is verleend, kan verzocht worden een overzicht van de gedane uitgaven en de verkregen inkomsten, zoveel mogelijk gestaafd met bewijsstukken in te dienen. 8. Indien aannemelijk is dat gesubsidieerde activiteiten niet geheel, niet tijdig of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zullen worden of zijn verricht of dat de daadwerkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan begroot, kan het bestuur de subsidie verlagen dan wel de toekenning intrekken. Reeds betaalde bedragen inclusief wettelijke rente kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel